Is de bestaanszekerheid van Eindhovenaren werkelijk op orde”?

In het Eindhovense coalitieakkoord 2026-2030 staat bij het hoofdstuk Bestaanszekerheid dat men werkt vanuit het uitgangspunt dat inwoners financieel zeker moeten kunnen bestaan. Tegelijkertijd laten recente gemeentelijke rapporten, armoedecijfers en onderzoeken zien dat voor een aanzienlijke groep Eindhovenaren de bestaanszekerheid juist níet op orde is.

De gemeente erkent zelf dat bestaansonzekerheid bestaat In het gemeentelijke beleidsplan “Een financieel zeker bestaan” (2026) schrijft de gemeente Eindhoven expliciet dat er, ondanks economische groei en een bloeiende Brainportregio, nog steeds inwoners leven in bestaansonzekerheid. Zo zijn geldzorgen, schulden, het ontbreken van werk of inkomen en de gezondheidsproblemen die daarmee samenhangen geen randverschijnselen, maar de dagelijkse realiteit voor een groep Eindhovenaren. Dat staat op gespannen voet met een politieke boodschap dat de bestaanszekerheid van Eindhovenaren als geheel “op orde” zou zijn. Wanneer de gemeente zelf een meerjarig beleidsprogramma opstelt om bestaanszekerheid te verbeteren, is dat juist een erkenning dat het probleem nog bestaat. Armoede blijft een groot probleem in Eindhoven.

Four neighbors talking on a residential street with one holding a letter and another carrying groceries

Uit de gemeentelijke evaluatie “Bereikbare Bestaanszekerheid” blijkt dat schuldenproblematiek en financiële kwetsbaarheid hardnekkig zijn. De evaluatie concludeert dat de gemeente veel inspanningen levert, maar dat de problematiek ondanks die inzet blijft bestaan en Eindhoven de landelijke trend van schuldenproblematiek volgt. Ook maatschappelijke organisatie Quiet Eindhoven schetst een ander beeld dan een stad waarin bestaanszekerheid algemeen op orde is. In haar visiedocument 2026-2031 stelt Quiet dat in Eindhoven eind 2024 ongeveer 15.000 huishoudens in armoede leven, goed voor ruim 22.000 inwoners, waaronder meer dan 4.000 kinderen. Ook CBS-cijfers laten duizenden arme inwoners zien. Volgens cijfers die het AD publiceerde op basis van gegevens van het CBS leefden in Eindhoven in 2023 naar schatting 9.990 inwoners onder de officiële armoedegrens. Daarmee had Eindhoven relatief gezien het grootste armoedeprobleem van Noord-Brabant.

De nieuwe CBS-methode kijkt niet alleen naar inkomen, maar ook naar noodzakelijke uitgaven en beschikbaar vermogen. Daardoor geeft deze maat een realistischer beeld van mensen die daadwerkelijk onvoldoende middelen hebben om rond te komen. Hoeveel Eindhovenaren leven in 2026 onder het bestaansminimum? Een officieel vastgesteld CBS-cijfer voor 2026 is op dit moment nog niet beschikbaar. Wel zijn er recente bronnen die een indicatie geven: Ongeveer 9.990 inwoners leefden volgens CBS-berekeningen onder de armoedegrens. Quiet Eindhoven gaat uit van ongeveer 22.000 inwoners in huishoudens die in armoede leven. In eerdere Eindhovense beleidsstukken werd gesproken over 25.200 inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, een veelgebruikte grens voor minimabeleid.

Op basis van de meest recente beschikbare gegevens kan dus niet worden gesteld dat geen of slechts een verwaarloosbare groep Eindhovenaren onder het bestaansminimum leeft. Integendeel: afhankelijk van de gehanteerde definitie gaat het om ongeveer 10.000 tot ruim 22.000 Eindhovenaren die kampen met armoede of ernstige financiële kwetsbaarheid.  Zoals gezegd het kunnen er ook meer zijn. De stelling dat de bestaanszekerheid van Eindhovenaren op orde is, wordt niet ondersteund door de beschikbare cijfers. De gemeente erkent zelf dat bestaansonzekerheid, schulden en armoede belangrijke maatschappelijke vraagstukken blijven. Daarnaast wijzen CBS-cijfers, gemeentelijke evaluaties en gegevens van maatschappelijke organisaties erop dat duizenden Eindhovenaren onvoldoende financiële zekerheid hebben om zonder hulp of ondersteuning rond te komen.

Kort samengevat: voor een stad met ongeveer 250.000 inwoners leven naar actuele schattingen nog altijd tussen de 10.000 en 22.000 Eindhovenaren, en wellicht meer, in armoede of onder een bestaansminimumachtige grens. Daarmee is de conclusie verdedigbaar dat de bestaanszekerheid voor een aanzienlijke groep Eindhovenaren nog niet op orde is.

Namens de fractie van het Ouderen Appèl Eindhoven,

Niek Rennenberg, fractievoorzitter

Scroll naar boven