Mensen die in armoede leven worden vaak omschreven
als uitkeringstrekkers die gemakzuchtig zijn of te lui om te werken.
Deze woorden komen meestal uit de mond van mensen
die financieel niks tekortkomen. Deze mensen hebben
meestal geen flauw idee met welke vormen van hokjes
denken ‘minvermogenden’ steeds te maken hebben.
Armoede is namelijk meer dan alleen een gebrek aan
geld. Mensen die in armoede leven hebben naast
geldgebrek ook een gebrek aan kansen, waardering en
invloed. Ze leven korter en maken langer gebruik van
intensieve zorg.
De grootste misvatting over armoede is dat het je eigen
schuld is, als je te weinig financiële middelen hebt en
daardoor in de schulden raakt.
Deze opvatting komt voort uit het meritocratische ideaal.
In een meritocratische samenleving wordt belangrijk
gevonden wat je zelf hebt gepresteerd. Je bent
succesvol omdat je bijvoorbeeld goed je best hebt
gedaan op school, of altijd heel hard hebt gewerkt.
Daarom behoor je ook tot de winnaars, hen die het goed
gaat.
Als je altijd hebt gelanterfanterd, de bloemetjes buiten
hebt gezet, nooit je best hebt gedaan op school of op je
werk, dan is het normaal dat je tot de verliezers behoort:
de armen in onze samenleving. Dat is je eigen schuld!
En omdat het je eigen schuld is zien de rijken geen
verplichting om je te ondersteunen.
Daarnaast bestaat er veel betutteling rondom armoede.
Mensen in armoede worden vaak gezien als slachtoffers
waarvoor je moet zorgen. Zulke vooroordelen zorgen
ervoor dat hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid
beperkt wordt, want anderen weten wel wat goed voor je
is. Mensen die in armoede leven, weten niet wat goed
voor ze is, daarom beslissen hulpverleners of
ambtenaren wel wat goed voor je is.
Mensen in armoede worden vaak niet serieus genomen
en hun maatschappelijke stem wordt ze ontnomen, of ze
worden in een hoekje gedrukt: lui, fraudeur of meer van dit soort fraais.
Daarom zijn mensen die in armoede leven te weinig
vertegenwoordigd in de politiek en wordt er te vaak over
hen gesproken en beslist, dan met hen wordt gesproken,
laat staan dat ze zelf mogen beslissen en de
verantwoordelijkheid voor hun keuzes kunnen dragen.
Dat gebeurt niet alleen in de politiek, ook de media
maken zich hier schuldig aan.
Het is voor mensen die in armoede leven moeilijk om
zich uit te spreken, omdat ze voor het dagelijks bestaan
afhankelijk zijn van overheidsinstanties. En als je in
armoede leeft kijk je wel uit om hulpverleners of
ambtenaren tegen te spreken, of tegen je in het harnas te jagen.
In Eindhoven kan het nieuwe college twee zaken
concreet waarneembaar doorvoeren: ten eerste mensen
die in armoede leven vanuit vertrouwen en respect
ondersteunen, dus de kliklijn afschaffen en ten tweede
ruimte maken om mensen die in armoede leven een
stem te geven.
Niek Rennenberg,
Ouderen Appèl Eindhoven
