Wegkijken heeft geen zin

OPINIE | De auteur Dré Rennenberg is fractievoorzitter van het Ouderen Appèl Eindhoven.

In het ED van 1 oktober schreef journalist John Graat een uitgebreid en duidelijk artikel over de slechte financiële toestand van de diverse gemeenten in onze regio. Begrijpelijkerwijs beperk ik mij tot onze gemeente, Eindhoven.

Belabberde toestand
Al jarenlang tracht ik mijn mederaadsleden aan het verstand te brengen dat de financiële toestand van de gemeente Eindhoven niet direct zo rooskleurig is als men doet voorkomen. Dat is geen gemakkelijke opgaaf. Overheidsfinanciën is een moeilijke zaak en daarbij komt nog dat de coalitie in het geheel niet wil weten dat de financiële toestand belabberd is. Immers een van hun wethouders is de penningmeester van de club en die wil men liever niet de schuld geven dat het allemaal niet goed gaat. Er wordt liever weggekeken van de financiële problemen die er liggen. Daardoor worden financiële beschouwingen vaak een woordenspel, waarbij betweterigheid de discussie ernstig vertroebelt.

Achterkleindochter
Voor het Ouderen Appèl is de financiële toestand van de stad de laatste jaren steeds een zorg geweest, die steeds onderwerp van gesprek was bij de behandeling van de jaarrekening, de begroting en/of de kadernota. ‘Denk aan degenen die na ons komen en zadel hen niet op met al te grote schulden’, was steeds ons advies. Ik heb zelf het voorbeeld van mijn achterkleindochter Fay aangehaald, omdat ik vrees dat ook haar generatie de dupe wordt van ons financiële beleid.

478 miljoen euro
In het ED van 1 oktober kon men lezen wat het Ouderen Appèl al jarenlang aangeeft. Omgerekend heeft de gemeente een schuld per Eindhovenaar van 2.155 euro. Dit betekent in de laatste regeerperiode maar liefst een stijging van 60 procent! Al bij al ligt de netto schuld rond de 478 miljoen euro, hetgeen een jaarlijkse rentelast van rond de 8 miljoen met zich meebrengt. Die miljoenen zijn niet meer inzetbaar voor leuke dingen voor onze stad, maar gaan rechtstreeks naar de bank, die almaar rijker wordt van ons lenen, terwijl wij, als gemeente, de omgekeerde weg bewandelen en steeds armer worden.

In de begroting wordt aangegeven dat men ook in 2015 wil blijven investeren. Daar zouden wij natuurlijk volkomen achter staan, ware het niet dat wij grote twijfels hebben of de financiële middelen ons daartoe wel de ruimte geven.

Reserves
Op onze vragen waar het geld vandaan moet komen wordt telkenmale aangegeven dat we in het verleden nog een behoorlijke spaarpot – reserves – hebben opgebouwd. Daarin heeft het college gelijk, maar die reserves hebben wij al lang belegd in stenen en grond, Ze zijn niet aanwezig in liquide middelen, zoals het geld dat in een normaal spaarpotje zit.

Met liquide middelen kun je boodschappen doen. Met stenen en een kuub grond kun je nog geen biefstuk kopen, laat staan grootstedelijke investeringen doen. Dat is het verschil van inzicht met betrekking tot het begrip ‘spaarpot’.

Meer lenen
Ondanks dat signaal gaat men maar door met lenen. In de begroting 2015 wordt aangegeven dat we nog maar eens 105 miljoen euro willen bijlenen, terwijl de 78 miljoen, die we in 2014 tot nu toe hebben bijgeleend, nog niet is opgenomen in de bovengenoemde schuld.

Ik heb vaker het verwijt gekregen het kind te zijn dat om de brandweer riep, terwijl er geen brand was. Ben je een paniekzaaier als de keiharde cijfers aangeven dat we achteruit hollen?

Van ‘spaarpot tot diep in de schulden’, kopte het ED op 1 oktober. Als we nu nog niet beseffen dat een schuld van 2.155 euro per inwoner geen kattenpis is, zal de noodzaak om tot een goede aflossingscapaciteit voor onze schulden te komen nog een lange weg moeten gaan. Die weg willen mijn partij en ik ter wille van degenen die na ons komen nu reeds inslaan. Daarbij neem ik nog maar eens het risico om voor ‘angsthaas’ of ‘paniekzaaier’ te worden uitgemaakt.