Dré Rennenberg wil opheldering 1,3 miljoen subsidie

foto dre1

Dré Rennenberg wil van wethouder Depla weten waarom hij een verkapte subsidie van 1,3 miljoen euro geeft aan een schoonmaakbedrijf, waarvan de hogere inkomens kunnen profiteren. Zij kunnen een werkster inhuren voor €12,50 per uur. De 1,3 miljoen is de helft van het geld dat over is van de subsidie van het rijk voor huishoudelijke hulp voor ouderen en zieken met een smalle beurs. Hieronder de vragen van Dré.

Uit uw persbericht van 25 april jl. en uit het ED van heden heeft onze fractie begrepen dat uw college een overeenkomst heeft gesloten met Gascogne Groep en met Vebego over het aanbieden van huishoudelijke hulp, het opleiden van bijstandsgerechtigden en het inzetten van bijstandsgerechtigden voor het verlenen van huishoudelijke hulp. Gelet op onze betrokkenheid bij dit onderwerp en diverse debatten met uw college en voorgaande colleges hebben wij toch een aantal kritische kanttekeningen en vragen bij de betrokken “deal” van uw college, Deze kritische betrokkenheid is versterkt door het memo van de wethouder dat wij gisteravond mochten ontvangen, waarin aangegeven wordt dat de gemeente niet in zee gaat met Zorgwacht. Dit onder de zeer suggestieve kop, naar onze mening niet geheel conform de waarheid: “Aanbod van Zorgwacht biedt geen baangaranties”. Vandaar de volgende vragen:

1. Zoals uw college weet zijn wij, onder andere door de folder van de gemeente; “HULP BIJ HET HUISHOUDEN Zorgaanbieders op een rij”, op de hoogte van het feit, dat er meerdere aanbieders zijn voor het verlenen van huishoudelijke hulp en het bieden van een gekwalificeerde opleiding aan uitkeringsgerechtigden, waaronder bijstandsgerechtigden. Daarbovenop werd en wordt een arbeidsgarantie aangeboden. Op de lijst in de bovengenoemde folder komt de Gascogne Groep niet voor. Kunt u aangeven waarom alleen in zee wordt gegaan met Gascogne en Vebego en niet met andere aanbieders?

2. In het persbericht wordt gesproken over “een baan voor 9 maanden met mogelijkheid van verlenging”. De periode van 9 maanden biedt naar onze mening weinig houvast voor een langdurige arbeidsrelatie. Kan uw college aangeven of in de overeenkomst met Gascogne en Vebego een arbeidsgarantie voor een langere periode is opgenomen? Zo ja, welke garantie betreft het en voor welke periode geldt deze?

3. In hoeverre is sprake van een zelfstandige arbeidsovereenkomst tussen de opdrachtnemer Gascogne en de bijstandsgerechtigde, zodanig dat de bijstandsgerechtigde zelfstandig in het levensonderhoud kan voorzien, zonder onder het regime van de Participatiewet te vallen?

4. Kunt u aangeven welke opleiding de bijstandsgerechtigden volgen bij Gascogne – Vebego en met welke gekwalificeerde opleiding deze vergelijkbaar is? Is er aan het einde van de opleiding sprake van het verkrijgen van een diploma?

5. Volgens uw persbericht is er sprake van de inzet van 1,3 miljoen Euro aan gemeenschapsgeld in dit project. Is er bij de gunning sprake geweest van een onderhandse aanbesteding? Is dit overeenkomstig de Europese richtlijnen voor aanbesteding? Is hiermee geen tekort gedaan aan andere ondernemingen, die in dezelfde markt van schoonmaak en huishoudelijke hulp opereren? Is bij deze overeenkomst niet sprake van ongeoorloofde staatssteun en/of concurrentievervalsing? Zo neen kunt u uw antwoord toelichten? Heeft u hierover contact gehad met het ministerie?

6. Is er niet sprake van een voorkeursbehandeling van Gascogne / Vebego, bijvoorbeeld ten opzichte van Zorgwacht, die al langere tijd met de gemeente in overleg was over een soortgelijke aanbieding en waarover in de gemeenteraad al commotie is ontstaan?

7. Worden andere aanbieders in de zorg- en schoonmaakbranche, zoals bijvoorbeeld Zorgwacht in de gelegenheid gesteld om onder gelijke condities een overeenkomst aan te gaan met de gemeente Eindhoven?

8. In de Voortgangsrapportages Arbeidsmarkt (Q3 en Q4 2015) maakt u melding van overeenkomsten en samenwerking met Gascogne. Kunt u de feiten en omstandigheden van deze samenwerking aangeven?

9. In de Voortgangsrapportage Q3 en Q4, alsmede in een memo van wethouder Depla van 14 januari 2016 wordt gewag gemaakt van een externe casuistiekcoach? Kunt u aangeven wat de specifieke taken van deze functionaris zijn? Heeft deze functionaris op enigerlei wijze een betrokkenheid bij de uitvoering van de overeenkomst met Gascogne – Vebego? Is het juist dat deze casuistiekcoach vanaf augustus 2015 werkzaam is voor de gemeente Eindhoven en tot juli 2015 een directiefunctie bij Gascogne uitoefende?